|
webontwerp
Jan van der Heijden
†
webbeheer
Elly van Es
Kata Ottovay
|
Pre-implantatie Genetische Diagnostiek (PGD)
Als een CF-patiënt en een drager van CF samen een kind
krijgen is de kans dat zij een kind krijgen met CF 50%.
Als twee dragers van CF samen een kind krijgen is die
kans 25%. Zie ook
Erfelijkheid en dragerschap
Mogelijkheden om toch een kind zonder CF te krijgen zijn
het gebruik van donorsperma (KID) of onderzoek naar
aangeboren afwijkingen in het begin van de zwangerschap
(prenatale diagnostiek), eventueel gevolgd door een
abortus. Een derde mogelijkheid is Pre-implantatie
genetische diagnostiek.
Pre-implantatie Genetische Diagnostiek (PGD) is het
onderzoeken van een embryo, na in vitro fertilisatie (IVF),
met als doel een van tevoren bekend sterk verhoogd
risico op een erfelijke aandoening uit te sluiten.
Voor deze methode is IVF noodzakelijk omdat alleen bij
een bevruchting buiten het lichaam het zo ontstane
pre-embryo onderzocht kan worden op bepaalde genetische
afwijkingen, bijvoorbeeld CF. Alleen de embryo's die
gezond blijken te zijn komen in aanmerking voor
plaatsing in de baarmoeder, in de hoop een zwangerschap
tot stand te brengen.
Het genetisch
onderzoek van de embryo's vindt plaats drie dagen na de
bevruchting van de eicellen in het laboratorium als de
embryo's nog maar uit ongeveer acht cellen bestaat. Een
embryo is op dat moment nog te klein om zich in de
baarmoederwand in te nestelen (= implanteren), vandaar
de term pré-implantatie genetische diagnostiek.
PGD is geen kleinigheid, omdat de vrouw niet spontaan
zwanger kan worden, maar een IVF-behandeling moet
ondergaan. Eigenlijk gaat het hier om een speciale
variant van IVF, namelijk de Intra Cytoplasmatische
Sperma Injectie, ICSI .
Voor meer informatie: ga naar het
literatuuroverzicht, onderwerp PGD. Daar wordt ook
uitgelegd waarom in zo'n situatie ICSI en IVF
nodig zijn.
|