
Vaders leven
Memorabele jaartallen in het leven van vader met CF:
Vader met CF is een trotse Brabander die zich overigens net zo goed wereldburger voelt. Het leven begon in Vught (NB), verplaatste zich na 19 jaar naar Maastricht, na 21 jaar naar Rotterdam, en na 33 jaar naar Kerkrade om voorlopig vanaf zijn 36e jaar uit te komen in Den Haag.
In het jaar dat prinses Beatrix zich verloofde met prins Claus,
werd ik thuis geboren in het Brabantse plaatsje Vught. Ik was een
gezond ogende baby met bolle wangen en een lief klompvoetje. Ter
observatie namen ze mij in een klein wit koffertje mee naar het
ziekenhuis. Alles leek goed, van CF geen spoortje te zien.

Mucoviscidose
‘Mijn’ non op
de kleuterschool was de rijzigste onder de nonnen met grote
uitpuilende maar lieve ogen. Ze verspreidde iets te veel speeksel bij het praten en
had een zusterkapje op. Ze sprak een correct soort keurig
Nederlands met een vreemd accentje. Zwitsers naar mij later bleek.
Dat verklaarde waarschijnlijk waarom ze niet kon fietsen.
Bij mijn Zwitserse zuster zat ik in de klas toen er in 1970/1971 bij mij CF ontdekt werd of eigenlijk toen nog Mucoviscidose. Ik kreeg het de eerste vijftien jaar mijn strot niet uit. De diagnose werd gesteld naar aanleiding van een dubbele longontsteking. Mijn moeder riep al tijden in de spreekkamer van de huisarts en de kinderarts dat er iets niet in orde was. Ik was een zeer moeilijke eter, had altijd last van buikkramp en bivakkeerde halve dagen op de pot. Bij het uitruimen van de afwasmachine, deed mijn moeder wedstrijdjes met mij. Hoe ze ook haar best deed om te verliezen, ik verloor altijd met mijn in twintig hapjes gesneden boterham.
Eerste CF-opname
Met het ziekenhuis was ik al vertrouwd. Ik was elders,
tevergeefs, aan mijn klompvoet geopereerd. De eerste CF-opname
in het St. Radboud Ziekenhuis in Nijmegen staat nog steeds op mijn netvlies gegrift.
Ik werd
er binnenstebuiten gekeerd, leeggezogen en volgespoten. Na een maandje of twee
ging ik naar huis met een valies vol medicijnen, een
hinderlijk vetarm dieet en een nieuwe dagindeling vol behandelingen.


Thuis
Mijn
vader en moeder werd geleerd te kloppen. Een techniek die in
Nederland toen nog gebruikt werd om het sputum te mobiliseren. Ik sprayde in het begin nog driemaal per dag met medicijnen
die een paar jaar later tot nutteloos werden bestempeld. En dat gold
ook voor het vetvrije dieet dat toen werd voorgeschreven en de
misttent die korte tijd daarna achter mijn bed in stelling werd
gebracht. Die zorgde alleen voor natte kussens en een heerlijk
bacterievriendelijk klimaatje. Gelukkig was mijn moeder zo eigenwijs de misttent vrijwel
direct de zolder op te bonjouren, het vetvrije dieet met een steeds
groter wordende korrel zout te nemen en het ritme van sprayen en
kloppen niet koste wat het kost in elke situatie te handhaven. Ik
deed het goed en ging er niet onder gebukt.
Onbewuste segregatie
Gek genoeg vormde de nu als achterhaald beschouwde behandeling alles
bij elkaar toch een goede basis. Of was het mijn afzondering van
elke andere CF-patiënt die mij vrijwaarde van vijandige en
infecterende beestjes? Vakantiekampen voor kinderen met CF
bezocht ik niet. Tot mijn zeventiende vroeg mijn CF niet meer om
ziekenhuisopnamen. Ik had zelfs nog nooit een lotgenoot ontmoet. Correctie van mijn klompvoet en
het operatief verwijderen van neuspoliepen (overigens een bekend
verschijnsel bij kinderen met CF) zorgden
ruimschoots voor compensatie. Gemiddeld elk jaar lag ik wel ergens een keer
voor in het ziekenhuis.
Braaf jongetje, in een dorpje, op een schooltje
CF of voetoperaties, ze hinderden mij niet om op een nagenoeg normale
manier mijn lagere school te doorlopen op een keurige Rooms Katholieke
dorpsschool op de hoek van
de straat. En eigenlijk gold dat ook voor de middelbare school
die ik volgde. Die stond op de andere hoek van de straat. CF en de frequente opnames waren voor mijn
ouders alleen aanleiding om mij liever eerst Havo te laten doen,
in plaats van meteen VWO. Toen ik vanaf mijn 17e wel regelmatig
naar het ziekenhuis ging voor CF, viel er wel wat te regelen op
school. Ik volgde na
terugkomst een tijd lang alleen de lessen die ik ook echt nodig had
of die ik leuk vond. De rest liet ik lopen. In 1982 deed ik keurig
op schema eindexamen Havo, in 1984 VWO.
Zelfstandig
Al vroeg ruilde ik de kinderarts in voor een volwassen arts
en treinde ik in mijn eentje op en neer naar Nijmegen. Ongemerkt
belde mijn moeder daarna de longarts om te vragen hoe het ging.
Van mij kreeg ze het niet te horen. In mijn beleving was er toch
nooit iets. Op mijn veertiende leerde ik
bovendien een techniek om zelfstandig aan
sputummobilisatie te doen: Forced Expiration Technique (FET). Tegenwoordig
is die techniek uitgebreider en staat bekend onder de naam Active Cycle of Breathing
Technique
ACBT. Groot verschil was dat ik met FET niet meer
afhankelijk was van andere mensen die mij tweemaal per dag moesten
kloppen. Dat bood nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld reizen.
Reizen
Met ons gezin van vijf reisden we met onze tentjes heel Europa door
in een Renaultje 4. Behalve vijf personen, twee tenten, vijf tassen
en een heuse schop om geultjes te graven, ging de metalen koffer mee met
mijn Aerolette sprayapparaat. Alleen die leverde al bijna
overgewicht op. De reiskoffer was speciaal op maat gemaakt door
studenten van de Technische Hogeschool Eindhoven.
In de
hogere klassen van de middelbare school kreeg ik de unieke
gelegenheid om achter elkaar de grootmachten Rusland, China en
Amerika te bezoeken. Het was voor mij als dorpsjongetje een
openbaring. Zo leerde ik dat China het ideale land was voor CF-ers.
Overal op straat en trappenhuizen stonden kwispedoors (spuugbakken).
In het openbaar uitspugen wat je kwijt wilt is er zo normaal als bij
ons alleen op het voetbalveld.


CF was voor mij eigenlijk nooit een punt van overweging bij reizen. Ik stopte mijn medicijnen in een grote tas, zorgde dat alles in orde was, en off you go! CF was hoogstens bepalend voor de keuze van reisbestemming. (zie verslag vakantieworkshop, lijst tips en overwegingen).
Studie en zelfstandig wonen
Geschiedenis of economie, dat was de keuze waartoe ik mij beperkte
na de middelbare school. Het werd economie in Maastricht. Dat
leverde betere arbeidsmarktperspectieven. Met een cursus Chinees er
bij, zou ik na mijn studie gebeiteld zitten. Want China was de
toekomst. Negentien was ik toen ik
zelfstandig ging wonen. Van een CV-hok van 2 bij 2, verhuisde ik na
twee weken naar mijn eerste echte flatje tegen de Belgische grens
ver van de stad. Daar kreeg ik twee kamers van 2 bij 2 en deelde de
rest met anderen. Mijn CF kwam erg te pas en
verschafte mij daarna toegang tot een prachtig pand aan de
mooiste laan van Maastricht op loopafstand van de universiteit.
Maastricht was geweldig, maar ik had moeite met het alleen
wonen. Behalve het weekend, ging ik ook vaak woensdag nog op en neer
naar Brabant om even lekker en gezellig thuis te eten. Binnen
een paar maanden twijfelde ik ook aan mijn studie. Ik maakte mijn
propedeuse af. Mijn conditie ging achteruit.


Met de voeten op de vloer
Het werd tijd om in te grijpen. Een paar maanden zat ik in het
longrevalidatieprogramma van de universitaire longkliniek
Dekkerswald in Groesbeek. Met een groep CARA-patiënten leefden we in
een apart huis op het terrein van de kliniek. De hele dag werd
gevuld met sport, training, gezondheidsvoorlichting etc. In de
Elfstedentocht-winter
van 1985/86 maakten we ’s morgens vroeg
de mooiste wandelingen in het ijskoude en besneeuwde bos om de
kliniek heen. Je zag er de verse sporen van wild, je rook er de
sneeuw en de dennenbomen en je hoorden het gescharrel van ‘wilde’
zwijnen. Het was een openbaring dat ik fysiek eigenlijk nog zoveel
kon. Aan sport had ik op de middelbare school nooit gedaan. Het werd
ontraden. Tegelijk had ik als op een na jongste - de rest was allemaal
tientallen jaren ouder - wel de slechtste conditie. Het opende mijn
ogen ook in die zin. Voor het eerst ging ik nadenken over mijn
perspectieven als mens met CF. Zo was het misschien niet meteen
relevant om te kiezen voor een studie die het best lag op de
arbeidsmarkt, zoals economie. Moest ik niet gewoon kiezen voor de
studie die ik het leukst vond? Ik switchte van studierichting en
ging geschiedenis studeren in Rotterdam.
Opwaarts
Maastricht – Rotterdam, een hele overgang. Op Maastricht was ik
verliefd geworden. Het versterkte de Bourgondiër in mij. In Rotterdam lag een deel van mijn roots, maar ik
vond het een verschrikkelijke stad. Dat stond mijn geluk niet in de
weg. Van begin af aan was het er geweldig. Ik kwam meteen in een
leuke vriendenkring terecht. Ik werd betrokken bij de organisatie
van verschillende activiteiten van de faculteitsvereniging en woonde
in een prachtig oud
pakhuis, één straat van de Maas midden in
Rotterdam. Het was de tijd dat Rotterdam als stad ontwaakte en zich
binnen tien jaar als hippe tegenstrever van Amsterdam serieus op de
kaart zette. Niet meer alleen de stad van de wereldhaven en de
arbeiders met opgestroopte mouwen. Mijn CF speelde een beperkte rol.
Het grootste deel van mijn omgeving wist niets van mijn CF, alleen
mijn vrienden. Wel werd ik actief in de Nederlandse Cystic Fibrosis
Stichting (NCFS).
Misschien vanwege een onbewuste behoefte aan
lotgenotencontact, maar ook omdat ik dacht met mijn 'goede'
conditie wellicht iets te kunnen bijdragen. Ik leidde een soort
dubbelleven. Geleidelijk aan namen de opnames toe en was CF
iets waar ik steeds minder omheen kon.
Verdomde streberigheid
Ondanks de toenemende ziekenhuisopnamen, speelde ambities nog steeds
een grote rol in mijn leven. Mijn gedachte was dat ik om met CF
een eerlijke kans te maken op de arbeidsmarkt, mij extra moest
kwalificeren. Dus deed ik heel veel naast mijn studie, koos twee
afstudeerrichtingen, deed twee stages en nam geen genoegen met
zesjes. Allemaal erg streberig. Toch vond ik het ook gewoon leuk.
Na mijn afstuderen in 1993, kreeg ik vrij snel een opdracht bij het
Openluchtmuseum in Arnhem om een boek te schrijven over ‘Vijftig
jaar herdenking Slag om Arnhem’. Ik verbleef drie dagen per week bij
een vriendin in Ede en werkte lange dagen om in vier maanden
(archief)onderzoek, interviews te doen en mijn boek te schrijven.
Het lukte mij en het gaf een enorme kick.
Beperkte houdbaarheid
Op de kleuterschool had ik veel vriendinnetjes, op de middelbare
school vond ik de meeste meisjes - ook jongens overigens - vrij stom.
Het zal aan de verschil in belevingswereld gelegen hebben. Toen ik
ging studeren was ik met hele andere dingen bezig. Ik was mij toen
pas goed bewust van mijn eigen beperkte houdbaarheid en wilde dat
geen meisje aandoen. In 1990 bezocht ik een internationale CF-conferentie in Wenen namens de NCFS. Het was een ogenopener. Daar
stond ik ineens oog in oog met verschillende al oudere volwassen mensen met CF met
relaties. Sommigen hadden zelfs kinderen. Het zette mij aan het denken. Nog
geen jaar later had ik een vriendin. Ze wist dat ik iets had. Dat
had ze wel eens gehoord in het faculteitscircuit. Wát, wist ze niet.
De keer nadat ik het haar verteld had, bleek ze diverse boeken
gehaald te hebben in de bibliotheek, om zich te informeren. Mijn
‘onvruchtbaarheid’ lag meteen op tafel.
Gestrand
Na mijn schrijfopdracht in het Openluchtmuseum, kreeg ik een baan
als beleidsmedewerker onderwijs van de Nationale Gehandicaptenraad
in Utrecht (huidige CG-raad). Ik was er in mijn element, bezocht
scholen, onderwijsorganisaties en schoof aan bij besprekingen
van wetsontwerpen op het ministerie van onderwijs. Maar de 24
uur per week was te veel. Het kostte mij teveel energie en ik merkte dat
ik dit niet ging volhouden. Ik leefde van Ibuprofen naar
Ibuprofen. Niet een goede basis om op verder te gaan. Na een halfjaar kwam er een eind aan
dit prachtige experiment. Nog jaren heb ik mijn twijfels gehad
of dat de goede beslissing was. Werken was mijn lust en mijn
leven. Schuldgevoel naar de maatschappij zat mij bovendien
dwars. Tegelijk was mijn eigen ambitie de grootste valkuil en kon alleen stoppen
zorgen voor lijfsbehoud. Ik moest die ambities maar op een andere
manier verwezenlijken. Dat lukte in de verdere werkzaamheden in de NCFS.

Ja ik wil
Op onze vijfde relatieverjaardag trouwde ik met mijn lieve vriendin
Désirée.
Het wel of niet kinderen willen en krijgen was een item gebleven.
Maar een item waarover we afgesproken hadden steeds in gesprek te
blijven. We wisten dat het ook uiteindelijk een breekpunt zou kunnen
worden als de roep om het moederschap haar te machtig zou worden.
Onze huwelijksdag was een prachtige dag. Altijd leef je met de gedachte dat je
eigenlijk geen volwaardig maatschappelijk leven zult kunnen leiden.
Een vriendin was voor mij bonus, het trouwen een feest. Maar
kinderen? Was dat geen brug te ver?
Lees verder Hoe vader vader werd >>>
Wie zorgt er voor Peter, jij of ik? Of te wel, hoe gaat het met de opvang van Peter door de week? Lees er over in dossier kinderopvang.
Ben je geïnteresseerd in het onderwerp CF en vruchtbaarheid, zwangerschap, ouderschap of kinderloosheid, bezoek dan het portaal CF en kinderen.
Deze site wordt u - met inachtneming van de disclaimer - belangeloos aangeboden door Vader met CF. Aarzel niet en schrijf, vraag of mail vooral wat van het hart moet, je op je lever hebt of gewoon leuk vindt om met mij te delen.