
Wij zijn twee zondagskinderen, Désirée en ik. Désirée is op moederdag
geboren en ik op Palmzondag. We hebben het er vaak over gehad of Kees -
zoals wij Hugo noemde voor de geboorte -
zich aan die zondagstraditie zou houden. Het was 13 februari, nu een
week geleden. De zon scheen een beetje door de regen. Vrienden waren
langs gekomen om de box te brengen. We bouwden die op in de kamer. We
dronken koffie en filosofeerden over het ouderschap. We waren gelukkig.
Voor het eerst voelden we ons er helemaal klaar voor. Geen twijfel meer.
Geen aarzeling meer of we het allemaal wel aan konden met mijn CF-conditie en
Désirées baan. En waarachtig daar begonnen de weeën. Zou
het dan toch? Werd Kees een zondagskind?
Het liep compleet anders die zondag. De weeën zetten door, maar Kees
bleef rustig, te rustig. In het ziekenhuis moesten we constateren dat
Kees overleden was. Van het ene op het andere moment werd die zondag van
de gelukkigste zondag uit ons bestaan, ook de zwartste. Het is bijna
onmogelijk je die uitersten voor te stellen. Wat volgden waren vele
lange uren van pijn, geestelijk en lichamelijk. Wennen aan het idee dat
je een kind hebt, krijgt en ogenblikkelijk weer af moet staan.
Het was inmiddels vroeg in de ochtend van maandag op dinsdag toen Kees
Hugo werd. De onzekerheid of we het kind wel als ons kind konden
accepteren, smolt als sneeuw voor de zon. Dit was ons kind, onze Hugo.
Een prachtige mix van Désirée en mij lag in onze armen als een slapend
kind. Ons wonder, onze zoon, onze Hugo, van wie we tot 9 maanden eerder
nooit gedacht hadden die ooit te mogen krijgen, bestond. Het werd alleen
niet wakker. We waren betoverd door de aanblik. Een rust in verwondering
kwam over ons. Het liefst hadden we dat moment voor eeuwig stil gezet.
Maar of we wilden of niet, de wereld draaide door en zo ook ons leven.
De afgelopen dagen hebben we zo ontzettend veel gehuild, met z´n twee,
met onze ouders, familie en vrienden. Ik wist niet dat ik zoveel kon
huilen. Ik schaam mij er ook niet voor. Maar we hebben ook gepraat. Het
filmpje steeds opnieuw afgedraaid totdat we beseften dat we niet meer
uit deze kwaaie droom zouden ontwaken. Het was echt. We waren papa en
mama geworden, maar we zouden dat nooit uit de mond van onze zoon horen.
Zijn leven bleef oningevuld. Onze droom vervloog. Het is vreemd, maar
waar: in de rouw die volgde en natuurlijk nog steeds voortduurt, hadden
en hebben we steun aan de rouw die we in onze ‘CF-carrière’ al hebben
doorgemaakt. Niets van dat alles evenaart dit verdriet, maar de
verwerking loopt langs dezelfde wegen. Ongegeneerd kunnen huilen, goed
met elkaar emoties kunnen delen, stil in elkaars armen liggen, maar ook
de zwartste van de zwartste humor, het zijn de ingrediënten die ons er
door heen helpen. Het maakt ons ten slotte sterkere mensen.
Ongetwijfeld zal de zinloosheid van het leven ons nog diep en op
onverwachte momenten treffen. Zullen we neigingen tot depressie moeten
zien te weerstaan. Zullen we de leegte in ons bestaan moeten trotseren
en zullen we de scherven van onze dromen bijeen moeten zien te rapen.
Toch bestaat bij ons de overtuiging dat we uiteindelijk die zin weer
kunnen vinden. Want hier eindigt óns leven niet. Zonder ons door
hersenschimmen op hol te laten jagen, voelen we dat het gemiste leven
van Hugo ons de kracht zal geven nog meer van ons leven te maken dan we
al deden. Want we zijn zondagskinderen, Désirée en ik. Zo voelen we het.