Global Navigation

Vader met CF.
dubbele ∆ 508 is vader

Top Navigation

Left Navigation

Content

Longtransplantatie: geschiedenis

De serieuze ontwikkeling van de transplantatiegeneeskunde begint pas echt in de twintigste eeuw. Daarvoor was het slechts het onderwerp van verhalen en legenden.

De bekendste legende is wel die over het wonder dat verricht werd door de Syrische tweelingbroers Cosmas en Damianus. Zij trokken bij leven (2e eeuw na Christus) rond als ‘onbaatzuchtige’ geneesheren. Na hun martelaarsdood in 303 vervingen zij tijdens zijn slaap het zieke been van de koster van de Damianus en Cosmaskerk in Syrië, door een been van een net overleden Ethiopische Moor. De later heilig verklaarde broers werden door hun wonderen de patroonheiligen van artsen, apothekers en nog vele andere beroepsgroepen. Daaronder suikerbakkers en tandartsen. Niets over deze heilige Cosmas en Damianus staat overigens vast. Niet eens dat het (tweeling)broers waren.

 

 
Wonder

Klik op afbeelding voor een uitvergroting

 

St Cosmas and St Damianus verrichten de wonderbaarlijke beentransplantatie. Olieverfpaneel in de kathedraal van Burgos, Spanje.

Master of Los Balbases (c. 1495); Afmeting 168 x 133 cm

Klik op de afbeelding voor een uitvergroting

Op weg naar

De eerste pogingen tot transplantatie van huid of organen stammen zeker al van voor onze jaartelling. De ontwikkeling van de transplantatiegeneeskunde komt pas echt van de grond vanaf 1900. Voor effectieve transplantatie waren de ontwikkeling van een aantal zaken nodig, waaronder:

 

  • bruikbare antibiotica (1897 - 1939)
  • moderne anesthesie (1960 >), waarbij de drie pijlers bewusteloosheid, pijnloosheid en spierverslapping door verschillende middelen worden bewerkstelligd
  • bruikbare hart-longmachine (1948 - 1953)
  • voldoende kennis van immunologie en ontwikkeling goede immunosuppressiva tegen afstoting donororgaan
  • chirurgische technieken voor het tot stand brengen van verbindingen van donororganen met ontvanger
  • kennis en definitie van principe hersendood (1968)
  • ontwikkeling houdbaarheidstechnieken voor donororganen buiten het lichaam

 

 
Hart-longmachine

Klik voor meer informatie over deze Nederlandse hart long machine uit 1948

 

De principes van de hart-longmachine werden in verschillende landen min of meer tegelijk ontwikkeld. In 1948 was in Nederland een prototype van Jacob Jongbloed beschikbaar. In 1956 werd er in Utrecht met een doorontwikkelde versie de eerste succesvolle operatie mee verricht op een mens. In 1953 werd in Philadelphia al een bruikbare variant van het team van John Gibbon ingezet.

 

Vanaf 1900 werd vooral geëxperimenteerd met transplantaties van dier naar dier. Serieuze pogingen tot het transplanteren van nieren in mensen werden gedaan vanaf eind jaren dertig. Al werden de nieren dan geplaatst op rare plaatsen, zoals aan de elleboog en in het kruis.

Resultaten begonnen deze experimenten af te werpen halverwege de jaren vijftig. De overleving betrof meestal maar enkele tot tientallen dagen. In 1954 transplanteerde de latere Nobelprijswinnaar Joseph Murray een nier van een eeneiige tweelingbroer in de andere broer.

In de jaren zestig, het decennium van de grote wetenschappelijke vooruitgang en de landing op de maan, kwamen andere grote organen aan de beurt:
 

Start transplantaties:
1963 longtransplantatie James Hardy USA
1963 levertransplantatie Thomas Starzl Nederland
1967 harttransplantatie Christiaan Barnard Zuid-Afrika

 

Voor een mooi overzicht van de ontwikkeling van de transplantatie geneeskunde, bezoek de website van de Belgische Euroliver Foundation:
 


De meeste transplantatievormen worden pas in de tachtiger jaren een effectieve levensverlengende behandeling. Dan ontstaat ook de vraag waar al de donororganen vandaan moeten komen voor deze transplantaties. Zie daarvoor orgaandonatie. De transplantatiegeneeskunde is nog altijd erg in ontwikkeling. Risico's op afstoting en complicaties zijn weliswaar verminderd, maar zijn er nog steeds. In de meeste gevallen is transplantatie dan ook slechts een laatste optie in de behandeling.

 

Longtransplantaties
 

De grote pionier op het gebied van longtransplantatie was James Hardy. Jaren verrichten zijn team onderzoek naar de mogelijkheden van longtransplantatie. Technische en fysiologische problemen van de operatie werden geëxploreerd in meer dan 400 transplantaties in dode honden. Daarna in een groot aantal levende. De gemiddelde overleving was 30 dagen. In 1963 zetten zij de stap naar de eerste (enkele) longtransplantatie van mens naar mens. De patiënt bleef 18 dagen in leven.

 

 
James Hardy

James Hardy cs  bezig met harttransplantatie

 


In 1964 transplanteerde het team van James Hardy het hart van een chimpansee in een mens. Het hart functioneerde 90 minuten. Dat experiment werd door collega's niet enkel met gejuich ontvangen.  

Hardy beschreef zijn bevindingen bij zijn onderzoek naar longtransplantatie daarna in vele artikelen en lezingen, waaronder de lezing voor de American Surgical Association. Daarin komen heel goed de problemen naar voren die er bij transplantatie van longen spelen. In feite was het voor de pogingen die internationaal in de jaren daarna verricht werden, nog vooral  wachten op goede immunnosuppressiva en de hart-longmachine. Bovendien traden er nog te veel complicaties op bij de aanhechtingen van de donorlongen. Het succes van pogingen in de jaren zestig en zeventig bleef daarom beperkt.

In Stanford Hospital USA werd in 1981 de eerste hart-longtransplantatie verricht door een team onder leiding van Bruce Reitz. Daarbij werden hart en longen als blok  getransplanteerd. Dit gaf aanvankelijk veel betere resultaten.

 

 
Bruce Reitz

Bruce Reitz

Joel Cooper

Maar het hart van de ontvanger was vaak nog prima en dus ging een orgaan voor niets verloren. De groep rond Joel Cooper in Toronto verrichte in 1986 de eerste dubbele longtransplantatie. Hij had al eerder enkele longtransplantaties gedaan waarbij voor het eerst echt sprake was van een verlengd leven. Een patiënt die in 1983 een nieuwe long ontving, overleefde de transplantatie 6,5 jaar. Dit was onder andere te danken aan het gebruik van cyclosporine als (relatief) nieuwe en effectieve anti-afstotingsmedicatie.

 

Nederland

De start van het Nederlandse transplantatieprogramma is van recentere datum. In 1989 trok het St Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein de stoute schoenen aan en begon met de eerste longtransplantaties. Financieel was er nog niets geregeld. Mensen moesten zelf voor financiering zorgen. De overheid besloot in 1991 de financiering van een longtransplantatieprogramma te gaan financieren, in het kader van de experimentele geneeskunde. De uitvoering van het programma werd geheel in handen van het Academisch Ziekenhuis Groningen gelegd.

Pas in 1998 werd longtransplantatie opgenomen als een erkende behandeling waarvan de vergoeding werd geregeld in het ziekenfonds.

Vanaf 2001 hebben ook het Hart Long Centrum Utrecht en het Erasmus Medisch Centrum toestemming om longtransplantaties te verrichten.

Bij CF is altijd een dubbele longtransplantatie nodig. Daarnaast wordt een gering aantal combinatietransplantaties uitgevoerd, zoals lever-long- of hart-longtransplantaties.

 

 

Bronnen

 

Voor bovenstaande beschrijving is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

  • Informatie over James Hardy van de James D Hardy Archives  van The University of Mississippi Medical Center
  • informatie over Joel Coooper van het Toronto General Hospital
  • James D Hardy, Transplant of the lung, Annals of Surgery, 1964
  • Wikipedia.org
  • Transplantation.org, informatie onder medische redactie van de Euroliver Foundation in België
  • Informatie van Museum Boerhaave over de Nederlandse hart- longmachine
  • Stijn van der Linden, De Heiligen, Antwerpen 2002

     

 

 

 

Sidebar

Footer