
Van zijn oma kreeg Peter het boekje ‘Nijntje
in het museum’. Hij mag dat graag lezen. Dus namen we hem maar
weer eens mee naar een heus museum. En niet het eerste de beste.
In het
Gemeentemuseum
in Den Haag, bezochten we gisteren
de
Picassotentoonstelling. Na vier schilderijen
en etsen was Peter wel weer uitgekeken op de kunstwerken. Er hing immers
helemaal geen rode appel en er stond geen blauw konijn. Wij
concludeerden na de oneindige reeks vrouwelijke geslachtsdelen, dat we
in ons leven eigenlijk genoeg overzichtstentoonstellingen gezien hebben
van Picasso. Al claimt het Gemeentemuseum dat dit de eerste in Nederland
is.
Het museumgebouw daarentegen was wel weer een feest. Voor ons is het een lust voor het oog. Ik zou er uren kunnen kijken naar het lijnen- en kleurenspel van architect Berlage. Het labyrint van gangen, zalen, kamertjes, muurvitrines, binnenplaatsjes en trappartijen verveelt nooit. Hoogstens raak je er de weg kwijt. Je voelt je er meteen op je gemak en dat was ook de bedoeling van Berlage. Het gebouw moest uitnodigend zijn en niet vervelen of verheven zijn.
Voor Peter is Berlages laatste meesterwerk een waar kruip-, loop-,ren-, spring- en trappenloopparadijs. Hij heeft geen boodschap aan het socialistische volksverheffingsideaal van de grote Bouwmeester. Even goed krijgt hij er wel rode wangetjes van en komt hij graag nog eens terug in het museum.
