
In de reeks ‘den vaderschap getrouwe, blijf ik tot in den doet’ deel 3.
Er bestaat een vreemde tegenstelling in ons jong. Als hij kruipt of
loopt, is elk stofje of kruimeltje dat in de weg ligt te veel. Met
uiterste precisie wordt het item tussen de vingers genomen en onder
vermelding van het woord 'bah' aan ons doorgegeven. Eerder wordt er niet
doorgelopen of doorgekropen. Dat begon al zo vroeg dat wij dachten hier
met een smetbevreesde te maken te hebben.

Zoals je kan zien had Peer deze dag aubergines risotto met vis op het menu.
Zodra Peter in zijn kinderstoel zit en er eten voorgeschoteld staat, komt er een andere pet op te staan. Als hij geen trek heeft of de aangeboden kost niet mot, dan begint meneer al snel met eten te goochelen. Als het meezit blijft dat beperkt tot het tafelzeil. Als het tegenzit vliegen de happen als projectielen door de kamer.
In zijn leergierigheid wil hij graag zelf en alleen eten. Zijn motoriek is daar nog niet helemaal op afgestemd. Het eten vindt dan ook maar voor een klein deel werkelijk de weg door de keel. De rest verliest hij tussen bord en mond. Handen, slab en smoelwerk hebben na het eten veel weg van een abstract schilderij. De smetvreesvrees is bij ons op zulke momenten weer ver uit beeld. Als iemand zo in staat is zichzelf te bevuilen, zal het met die smetvrees wel meevallen.
Dat de kinderstoel dan wel af en toe grondig in het sop gezet moet
worden, mag geen verbazing wekken. En dat is vanzelfsprekend een
typische klus voor stoelpoetspappa.
Stoelpoetspappa gebruikt een licht sopje van warm water en een paar druppels dreft. Na even inweken, is het vuil zo verwijderbaar met een schoon pannensponsje.