
In de reeks 'het vaderschap getrouwe, blijf
ik tot in den doet', deel 4: 'kookpappa'.
Désirée’s hartje ging sneller slaan toen ik haar 17 jaar geleden
verwende met lekkere lunchhapjes en heerlijke dineetjes. En ook nadat ik
haar veroverd had, bleef ik altijd de kok van ons twee. Ik vond koken
leuk en Désirée vond er niet veel aan.

Wat leuk is voor bijzondere gelegenheden, is minder als je het elke
dag moet doen. En dus was de lol in koken de afgelopen jaren al een
beetje sleets geraakt door de routine van elke dag. Gelukkig werd dat
gecompenseerd door een tegengestelde ontwikkeling bij Désirée. Zij begon
het juist leuker te vinden om af en toe te koken, vooral op speciale
dagen.
Nu elke calorie energie als een dubbeltje moet omgedraaid alvorens
besteed te worden, probeert vader met cf toch nog af en toe te koken.
Als mijn liefkes moe en hongerig thuiskomen is het fijn om meteen te
kunnen eten. Maar waar ik voorheen mij zelf kon verheugen op lekkere
hapjes, blij werd van geïmproviseerde experimentjes en aangename
geurtjes, is de zin in eten een beetje verdwenen. Daarmee ook de
inspiratie bij het koken. Het kokkerellen is vaak inspiratieloos
opwarmen geworden.
In het besef dat dit slechts een fase is en ik straks met nieuwe longen
weer helemaal los kan gaan met de potten en pannen, de recepten en de
experimenten – dat ik straks hoogstens een beetje moet uitkijken dat de
pondjes er niet te snel aankomen – haal ik nu de lol van het koken
vooral uit het ‘het gedaan hebben’. Elke maaltijd die ik kook draagt
weer even bij aan mijn gevoel nuttig te zijn in ons gezinnetje. En zo
ben ik toch nog af en toe ‘kookpappa’.