
Ik ben nog géén twee en ik zeg al nee. Peter is helemaal into de 'nee'. Hij staat er nee op en hij gaat er nee naar bed.
Het eerste wat je hoort als je zijn kamer binnen komt 's morgens is,
'nee'. Goed of slecht geluimd en in de verwachting dat je hem snel uit
zijn bed haalt, roept hij je zijn eerste 'nee' van de dag toe.

Nog voor je hem zijn kleren aan hebt gedaan, heeft hij er al weer drie dozijnen 'nees' uitgekraamd. Soms betekent de 'nee' ook 'nee'. Op een ander moment is de 'nee' gewoon een 'nee' voor de vorm. Dan bedoelt hij 'ja' of iets heel anders.
Zelf doen
Hij wil alles zo veel mogelijk zelf doen en liefst niet op de manier
waarop wij dat voorstellen. Dus geen vla als wij hem dat aanreiken. Maar
eigenlijk wel vla op het moment dat wij dan concluderen dat hij het niet
wil. De peuterpuberteit lijkt zo zoetjes aan dus al door te breken.
nee = soms nee
De ene keer gaat de 'nee' gepaard met dreinerigheid, een andermaal
met een grote lach op het gezicht. En dus verzinnen we zelf ook maar
nee-grapjes bij het eten en zingt Désirée met hem het door haar
verzonnen 'nee-lied':
Op de wijs van 'Schuitje varen, theetje drinken' met de gebruikelijke heen en weer bewegingen:
Nee nee varen,
nee nee drinken,
nee nee nee naar de overtoom,
nee nee nee zoete nee met room,
nee nee nee met brokken,
nee nee nee niet jokken!
Peter schatert het uit. Gelukkig kan hij dus wel een beetje lachen om zijn eigen ge-nee. We moeten het namelijk wel een beetje leuk houden met die peuterpuberteit.
