www.cfenkinderen.nl

www.cfenkinderen.nl                  
______________________________________________________________                  

ervaringen van mensen met Cystic Fibrosis rond          
vruchtbaarheid, wel of geen kinderen krijgen en ouderschap
           


 

home

medische informatie


boekje NCFS


literatuur

links

contact

 


webontwerp
Jan van der Heijden

webbeheer

Elly van Es
Kata Ottovay


Het verhaal van Marlinda en Ysbert

geschreven in april 2008


Ons leven met CF
Ysbert wist al van jongs af aan dat hij taaislijmziekte heeft. Zijn ouders en hij probeerden een zo gewoon mogelijk leven te leiden, CF hoort daarbij. Ik leerde Ysbert kennen toen ik zelf 16 jaar was en hij 19. Ysberts conditie was op dat moment nog erg goed en er leek geen vuiltje aan de lucht te zijn.

In 1996 zijn wij gaan samenwonen en in 2000 zijn we getrouwd. Op dat moment wisten we niet beter dan dat Ysbert onvruchtbaar was en dat er geen kinderen zouden komen. Maar goed, we hadden duidelijk voor elkaar gekozen en besloten toen om een hondje in huis te nemen. We genoten van de hond en we beschouwden hem echt als een kind.

Ysbert lag toen al wel elk jaar ongeveer zes weken aan één stuk in het Leyenburg Ziekenhuis in Den Haag. Hij lag meestal rond oktober in het ziekenhuis en we hoopten dat hij er met de kerst weer uit zou zijn, maar vaak haalde hij dat niet. Werken deed hij met hart en ziel, maar op advies van de longarts is hij er mee gestopt, omdat het werk te veel van hem eiste en daardoor te veel in het ziekenhuis kwam te liggen. Dit was een zware dobber voor hem.


Toch kinderen?
In 2003 kwam Ysbert iemand tegen die ook CF had en een kindje bij zich had - ik weet niet meer wie dat was - en vertelde dat het kindje genetisch van hem zelf was. Samen zijn ze aan de praat geraakt hierover, ‘s Avonds kwam ik bij Ysbert die op dat moment in het ziekenhuis verbleef en lag te stralen in zijn bed! Hij vertelde het verhaal dat er een kleine mogelijkheid was dat we misschien vader en moeder konden worden van een eigen kind. De volgende dag hebben we een gesprek aangevraagd met de CF-consulente en één van de longartsen. Zij vertelden ons dat die mogelijkheid er was, maar dat het een moeilijk traject zou worden, zowel lichamelijk als geestelijk. En dat de kans van slagen maar heel klein was. We bespraken wat de voor- en nadelen waren voor Ysbert. De longarts maakte een afspraak met de IVF-arts in het UMC St. Radbout in Nijmegen .

Wij leefden even op een grote wolk. We hadden niemand hierover verteld in onze familie, zelfs onze beide ouders wisten van niets. Zij wisten ook niet beter of er konden geen kinderen komen. Alles ging in het geheim: steeds verzonnen we een smoes als ze op de hond moesten passen. We wilden ze geen valse hoop geven. Dit was ons geheimpje dat wel steeds zwaarder op ons schouders ging rusten, vooral toen ik later veel last kreeg van de hormonen.


ICSI-PESA
Op 2 april 2004 gingen we naar het IVF-spreekuur. Hier werd veel besproken. Conclusie: we kwamen in aanmerking voor ICSI-PESA behandeling.
Op 29 april ging ik menstrueren en kon ik me aanmelden. Op 19 mei startte ik met de Decapeptylinjecties die ik mezelf elke dag toediende. We gaven elkaar een kus en we gingen van start. Na een paar dagen werd ik er niet gezelliger op. Ook had ik veel last van hoofdpijn en een opgeblazen gevoel.

Op 4 juni gingen naar Nijmegen voor een inwendige echo (uitgangsecho). We waren toch wel zenuwachtig of het goed ging. Alles was in orde en ik mocht Puregon erbij gaan spuiten, om meerdere eitjes te doen rijpen. Op 12 juni was de eerste echo om de groei van de eiblaasjes te controleren. De eiblaasjes waren zo enorm gegroeid dat ik moest stoppen met de Puregon en dezelfde avond om half twaalf de Pregnyl mocht spuiten. Dat is de prik die zorgt dat de eisprong plaatsvindt. Over deze prik was ik wel zenuwachtig, omdat ik op internet had gelezen dat het pijnlijk was. Ik heb het wel zelf toegediend en achteraf viel het mee.
Op 14 juni was de punctie van de rijpe eiblaasjes. De verdoving werkte goed en ik heb er weinig van meegekregen.


De terugplaatsing

We hadden de keus of één of twee embryo’s teruggeplaatst zouden worden. Wij kozen voor twee, omdat men zei dat het maar zelden voorkomt dat beide embryo’s innestelen. Eigenlijk gingen we ervan uit dat er maar één zou innestelen. Ysbert zou de opvoeding op zich nemen en ik zou fulltime blijven werken, dus één kindje zou al zwaar genoeg worden voor hem.
Op 17 juni was de terugplaatsing en daarna het wachten. Zenuwslopend was dat.


Zwanger!
Na één week kreeg het gevoel dat ik zou menstrueren. Maar we hielden moed. Een week later deed ik een zwangerschapstest, die uitwees uit dat ik zwanger was. De volgende dag deden we die nogmaals.
Op 28 juli hadden we een echo in Nijmegen. We zagen meteen een hartje kloppen en we waren nu helemaal in de wolken. Ikzelf was haast vergeten dat er twee embryo’s waren teruggeplaatst en schrok dat de arts verder ging zoeken of er nóg een hartje aanwezig was. Wij gingen er nog steeds niet van uit en, om eerlijk te zijn, hoopten we het ook niet. We waren al enorm blij met één kindje, dat was al een wonder op zich.
Toen de arts vertelde dat er nog een hartje klopte schrokken we echt en konden niet echt blij zijn. We wisten dat het een haast onmogelijke opgave zou zijn voor Ysbert om voor twee kindjes te zorgen. Maar we hebben, positief zoals de meeste CF-ers dat zijn, er maar positief tegenaan gekeken. In de auto zeiden we weinig en als we naar elkaar keken, moesten we lachen. Dat het ons moest overkomen… En hoe vertellen we dit aan onze ouders?
Voor Ysbert was dit traject erg zwaar, het kostte toch veel energie. Het was belangrijk dat hij goed voor zichzelf bleef zorgen. Uiteindelijk is onze ICSI-PESA-behandeling erg vlot verlopen met een mooi resultaat.


Zwangerschap
De tweelingzwangerschap was erg zwaar. Ik kon moeilijk uit de voeten, dus kwamen veel dingen op Ysberts schouders terecht. Tweelingen komen vaak iets te vroeg. Ik was begin maart uitgerekend, maar de meisjes werden twee maanden eerder, met 32 weken zwangerschap geboren.
Ysbert ging op 14 januari naar het Leyenburg Ziekenhuis om aan te sterken, zodat hij er klaar voor was om de bevalling te ondersteunen.


De bevalling

Vier dagen later, op 18 januari 2005, braken mijn vliezen. Ik was op dat moment alleen thuis en het was 6.00 uur in de ochtend. Ik heb mijn moeder gebeld om me naar het ziekenhuis te brengen. Later belde ik Ysbert om hem te vertellen dat ik in het ziekenhuis lag met weeënremmers. Één kindje lag nog in het vruchtwater te zwemmen, bij het andere kindje waren de vliezen gebroken en kwam het vruchtwater er langzaam uit.
Ysbert had al met zijn longarts afgesproken dat hij naar huis zou gaan als ik zou gaan bevallen. Dus nam hij ontslag en reed met zijn vader met spoed naar het ziekenhuis waar ik lag.

De bevalling viel erg tegen. Ik had een weeënstorm die een hele nacht duurde. Het zweet stond voortdurend op Ysberts voorhoofd. Ikzelf heb van de bevalling weinig meegekregen omdat ik door het lachgas en de ondraaglijke pijn niet helemaal bij mijn positieven was. Op 20 januari 2005 zijn onze meisjes Denise en Femke geboren. Ze kwamen drie kwartier na elkaar. Later moesten de placenta’s operatief worden verwijderd. Ik raakte buiten bewustzijn en kwam pas bij op de kamer. Dit alles heeft veel impact op Ysbert gehad.


Het eerste jaar
Het was een bewuste keuze geweest om aan kinderen te beginnen, maar je weet pas hoe zwaar het is als je er voor komt te staan. Het eerste half jaar dat de meiden geboren zijn, ging het redelijk met Ysbert. Zijn grote angst was wel dat hij niet van de meiden kon genieten zoals een vader dat hoort te doen. Helaas is dit wel de realiteit geworden. Hij moest steeds vaker op afstand toekijken, omdat het allemaal te vermoeiend voor hem werd. Maar dat wil niet zeggen dat hij op zijn manier niet genoot. Vaak zei hij dat dit het mooiste op de wereld is.


Het tweede jaar

Ysbert ging hard achteruit en in 2006 heeft hij in totaal negen maanden in het ziekenhuis doorgebracht. De kinderen wisten niet beter dan dat papa in het ziekenhuis woonde en dat hij soms bij ons kwam logeren. Elk weekend nam ik de meiden mee naar het ziekenhuis dat toch een uur rijden is. En daar genoten we allemaal van, want dan was toch weer even het leven als een gezinnetje. Mijn werk kon ik moeilijk combineren met de zorg voor Ysbert en de meisjes en zo ben ik in de ziektewet terechtgekomen.
Ysbert werd wel overal bij betrokken. Als er thuis iets bijzonders was, zetten we de webcam aan. De meiden gaven hem een slaapkusje via de webcam als ze naar bed moesten.

Ysberts ziektebeeld trad steeds meer op de voorgrond. Je moet als vrouw in deze situatie wel je mannetje staan, want alles komt wel op jouw schouders terecht. En je cijfert jezelf weg, althans, dat deed ik de laatste zeven jaar. De zorg voor de meiden is geheel op mij terechtgekomen. Natuurlijk heb ik veel steun gehad van familie. Zonder hen had ik het niet gered.


Eind 2006 gingen niet alleen zijn longen achteruit, maar liet ook zijn hart het afweten. De artsen hebben er alles aan gedaan, maar op een zeker moment was alleen een hartlongtransplantatie nog een optie. Hij ging voor screening naar Groningen, omdat alleen daar hartlongtransplantaties worden gedaan. We hebben heel wat moeten reizen.

De laatste maanden
Januari 2007, toen de meiden twee werden, was Ysbert nog een paar weken thuis, Hij sliep beneden en mocht van iemand een scootmobiel lenen om toch nog even naar buiten te kunnen.
Hij genoot van de meiden door iets te knutselen of spelen. Ook knuffelen deden ze graag en lagen dan ook veel op zijn bed. Dit was eigenlijk al te vermoeiend voor hem, maar hij genoot er zo van dat hij er niks van wilde zeggen.

Op 14 februari was het voor Ysbert niet meer te doen thuis. Hij werd weer opgenomen. Dit moment was zeer emotioneel, want hij wist dat hij niet meer thuis zou komen voordat hij getransplanteerd werd. Hij is toen naar Groningen gegaan en kwam hoog urgent te staan op de wachtlijst. Nog één keer heeft hij de meiden gezien. Ysbert heeft de transplantatie niet mogen halen en is op 20 maart 2007, precies een maand voor zijn 36e verjaardag, overleden in het bijzijn van zijn dierbare familie.


Een jaar later
Nu ik dit schrijf is het een jaar geleden, en wat gaat de tijd snel… Ysbert is nog steeds het onderwerp van gesprek binnen ons gezin. De kinderen praten ook nog steeds over hun papa die ze zo lief vinden. Ze zwaaien soms naar de wolken en praten tegen hem op de foto als ze iets hebben meegemaakt.

Met mijn verhaal wil ik duidelijk maken dat kinderen heel geweldig zijn en dat het krijgen van kinderen een bewuste keuze moet zijn als één van de ouders CF heeft. En dat helaas het risico erin zit dat de gezonde partner vroeg weduwe(naar) wordt en achterblijft met één of meer kindjes.
Ikzelf vind het fijn dat ik iets van hem heb waar zijn bloed doorheen stroomt. En ik moet zeggen dat één van mijn dochters uiterlijk sprekend op hem lijkt. Ook haar karakter is net als van hem.
Samen hebben we ondanks zijn ziekte een goede en liefdevolle relatie gehad, zelfs heel intens. Want samen ben je sterk en nu voelt het wel letterlijk alsof je de helft mist.

Tot slot: ik ben er trots op dat Ysbert een plekje heeft gekregen op de Sterrenpagina van Stichting FOK, zodat iedereen die hem heeft gekend hierop kan terug kijken en hem kunnen herinneren zoals hij was.

Veel liefs,

Marlinda
 

         
 

Disclaimer: 
De verantwoordelijkheid voor de inhoud van websites en verhalen berust bij de betrokkenen zelf. De webbeheerders zijn niet verantwoordelijk voor de juistheid van (medische) informatie.