|
webontwerp
Jan van der Heijden
†
webbeheer
Elly van Es
Kata Ottovay
|
|
 |
Irène heeft
CF. Zoals ze het nu inschatten, zullen zij en haar
partner Sjoerd geen kinderen krijgen. Hun
verhaal over pijn, twijfels en er vrede mee
hebben, beschrijft Irène in episodes op haar
weblog
Irèneke's wereld.
•
Kinderwens update
(29 november 2008)
•
Het blijft
pitsen (18 oktober 2007)
•
Babyvirus
(22 september 2007)
•
Babytalk
(2 maart 2007)
|
Kinderwens update
29 november 2008
Of het niet moeilijk was, of
confronterend, vroeg ze op de man af. Kijk, zo'n
directe aanpak kan ik altijd wel waarderen! Haar
snoezige babymeisje zat bij me op schoot terwijl
Sjoerd naar haar (datzelfde babymeisje dus) zat
te kirren en te koeren. "Nee," antwoordden we
beiden uit de grond van ons hart. Het doet geen
pijn. Het steekt niet. Het pitst zelfs niet.
Niet meer. Voor nu in elk geval.
Wanneer de omslag zich precies heeft voorgedaan,
kan ik eigenlijk niet meer terug redeneren. Maar
het is ons blijkbaar gelukt 'iets' om te buigen.
En dat is een bevrijdende gedachte. In plaats
van treuren om wat niet is, noch komt, genieten
we tegenwoordig weer onbevangen en met volle
teugen van het kinderspul van vrienden en
familie.
We laten ons graag verwennen met tekeningen en
knutselwerkjes en plakken die zonder hartenzeer
op het magneetbord in de keuken.
De heerlijk ongecompliceerde openheid van
peuters en kleuters ervoeren we nog maar eens
tijdens de onlangs gehouden familiedag. Mijn
oudste nicht heeft inmiddels vier keer
nageslacht geproduceerd (wat haar niet bepaald
is aan te zien!) en slechts de helft van het
achterkwartet kende ik in het echt. Dat nam niet
weg dat alle vier haar bloedjes heel vrij met
hun verwegfamilie plus bijbehorende rare
accenten omgingen. Voor ik het wist hingen er
van de chocolade plakkende kinderhandjes om mijn
nek (waarbij ik een fractie van een seconde
angstvallig dacht "Oei, mijn glimmende Otazu!")
en keek ik in de twinkelende boevenoogjes van
een achternichtje. Dat is toch alleen maar heel
erg leuk?
Net als toen we de halve kinderschare achter ons
aan kregen toen we Rover uit ging laten. Waarbij
zich en passant een alleraardigst
gesprekje ontvouwde tussen neefje (6) en
achterneefje (6), die gek genoeg nog geen drie
maanden in leeftijd schelen. Neefje verkondigde
zonder blikken of blozen: "Mijn papa is advocaat
en ik word rechter!" Dat dat een beetje
bezijdens de waarheid lag, lieten we gemakshalve
in het midden. Het was te aandoenlijk, de kleine
opschepper.
De kleinste van het stel - een lieflijk roze,
doorlopend lachend hummeltje van net een half
jaar oud - vond het prima hangen in mijn armen.
Ik wiegde me suf en een acute armverlamming, die
me de dag erna flinke spierpijn opleverde. Ik
kon er niet mee zitten. Alhoewel, zitten ging
prima. Tillen was wat lastiger.
Oneindig veel meer voorbeelden kan ik bedenken
van hoe schattig, aandoenlijk, leuk, lief en
ontroerend kindjes zijn. Dat is de ene kant van
de medaille.
Het voor ogen halen van de andere kant lukt me
evenwel net zo gemakkelijk. En daar wringt 'em
de schoen. Of eigenlijk niet, dus.
Zoals de situatie nu is, hebben we alleen de
lusten en niet de lasten.
En da's wel zo fijn!
Net als het gegeven dat we in ons nieuwe huis
een fan-tas-ti-sche logeerkamer krijgen waar we
met liefde legio logés in willen ontvangen. En
dat die derde slaapkamer (waar toch geen wiegje
in hoeft) omgetoverd wordt tot kleedkamer... Ja,
dat noemen we dan gewoon collateral damage!
;-)
Het blijft
pitsen
18 oktober
2007
Om kort te
zijn: de babyjeuk is nog steeds niet over.
Sterker nog,
sinds mijn openhartige bekentenis hier op dit weblog
leeft het onderwerp meer dan ooit. Het zit de hele dag
in mijn hoofd en eigenlijk word ik er zo langzamerhand
een beetje gek van.
Nu kwel ik mezelf
ook wel extra door de confrontatie niet uit de weg te
gaan, zeg maar. Ik struin uren rond op Hyves en kom daar
allemaal vage, vaak onbestemde, bekenden tegen. Om
vervolgens tot mijn verbazing te ontdekken dat zij zich
nagenoeg allemaal, een enkele uitzondering daar gelaten,
hebben voortgeplant. En dan denk ik helemaal - vreselijk
arrogant en volstrekt misplaatst - 'godsamme zeg, als
die-en-die al vader/ moeder is geworden, heb ik écht
redenen om depressief te worden...'. Alsof ik meer recht
zou hebben op nageslacht dan zo'n havoloser of vwotrutje
van vroeger. Echt, het haalt het slechtste in me naar
boven. En daar ben ik bepaald niet trots op.
Toch denk ik dat
juist die confrontatie opzoeken momenteel het beste
werkt. Want heel krampachtg doen alsof er niks aan de
hand is en heel omzichtig alles wat naar baby's riekt
proberen te omzeilen, leidt uiteindelijk alleen maar tot
meer narigheid. Je kunt de ballon beter gedoseerd leeg
laten lopen en zorgen dat hij heel blijft, dan hem zo
hard opblazen dat hij uiteindelijk knapt.
Het spreekt dan
ook bijna voor zich, dat ik vananvond om 20:30 uur aan
de buis gekluisterd zat om de eerste aflevering van Baby
Boom te zien. In dit programma worden 100 stellen
gevolgd die allemaal dezelfde wens delen: een baby. De
statistieken wijzen uit dat bij 1 op de 5 koppels dit
echter niet 'zomaar' blijkt te lukken. Tijdens de
komende maanden krijgen we een exclusief kijkje in de
keuken over een onderwerp dat normaliter onbesproken
blijft op vrijdagmiddagborrels en verjaardagsfeestjes.
Ook staat sinds
vandaag mijn column Het babyvirus op de website
www.cfenkinderen.nl. En eigenlijk ben ik daar gewoon
best een beetje trots op.
Tot slot heb ik
al een hele leuke over-the-top halsband (van zacht leer
en versierd met heuse Swarovskisteentjes) voor Rover
uitgezocht. Hem beschouwen we bij gebrek aan beter dan
maar als ons kind. En aangezien Sinterklaas van
oorsprong een kinderfeest is...
Het babyvirus
22 september
2007
Oké, dit is 'em dus. De dreun. Of zoiets.
In de loop der tijd heb ik al een behoorlijke collectie
geboortekaartjes ontvangen en nog meer baby's van
vrienden en vriendinnen in mijn armen gehad. Naast
warmte voor de ouders en vertedering over zo'n klein
hoopje roze deed het me niet zoveel. Ik voelde vooral
oprechte blijdschap, geen pijn of jaloezie. Maar nu
wordt een van mijn neven vader. En ik voel me rotter dan
ik had gedacht. En zou willen. Want vooropgesteld, voor
hem zijn en meisje ben ik natuurlijk hartstikke blij!
Ik heb me altijd afgevraagd hoe ik me zou voelen als
mijn complete omgeving zich voort zou planten en ik in
al mijn taaie dorheid hulpeloos zit toe te kijken. Wat
voel ik nou écht als? Als oud-klasgenootjes in de krant
kennis geven van de geboorte van hun eerste telg. Als
vriendinnen me met een glansje in hun ogen toevertrouwen
dat het nog heel pril is allemaal, maar dat ik een van
de eersten ben die het mag weten. Als ik via mijn moeder
hoor dat nichtje nummer zoveel ook is aangeteld. Als ik
voor heel de wereld exclusief mezelf op zoek ben naar
dat ene leuke kraamcadeautje. Als vrouwelijke
CF-collega's van 'mijn generatie' de stap naar eigen
nageslacht wel durven/ willen nemen en bolgebuikt (en
dolgelukkig) over hun zwangerschap reppen.
Toen ik twaalf was begonnen de eerste oppasadresjes
binnen te druppelen en in de jaren die volgden heb ik
een behoorlijke kinderwens ontwikkeld. Dacht ik. Avond
aan avond zat ik verzonken in blaadjes als Ouders van Nu
en Kinderen, met op de achtergrond het geruststellende
gezoem van de babyfoon van het oppaskind in kwestie. In
mijn aller-stoutste fantasie stelde ik me zelfs voor dat
ik tienermoeder was. Ik en mijn kindje, ik zag het
helemaal voor me... Het sloeg natuurlijk nergens op, dat
wist ik diep in mijn hart ook wel. Wellicht was de
bedwelmende geur van Zwitsal me naar het hoofd gestegen?
In de loop van de jaren is mijn behoefte aan het
krijgen/ hebben van een kind wel wat bijgesteld. Ik heb
een jaar lang een dag in de week voor mijn petekindje
gezorgd en dat drukte me behoorlijk met mijn neus op de
feiten. Zo'n koter is bijzonder leuk, maar de zorg
ervoor viel me loeizwaar. Gestaag groeide het besef dat
er in mijn hart alle plaats is voor kindje, maar dat de
rest van mijn lijf dat domweg niet gaat trekken. Er zijn
zoveel vragen, onzekerheden en angsten. Kan ik zwanger
worden en hoeveel medisch circus komt daar eventueel bij
kijken? Hoe doorstaan ik en mijn longen een
zwangerschap? Welke invloed heeft mijn Diabetes op een
zwangerschap? Hoe houdt mijn lijf zich tijdens de
bevalling? Hoeveel restschade houd ik na negen maanden
aan mijn longen over? En dan begint het eigenlijk pas.
De zorg voor een nieuw mensje. Kan ik dat wel aan?
Fysiek en mentaal. Met welke bagage zadel je je kind op
in de wetenschap dat de kans erin zit dat hij of zij
straks alleen met papa door moet? En hoe slaat Sjoerd
zich door dit alles heen?
Zoals de vlag er nu bijhangt, ziet het er naar uit dat
ik nooit zwanger word, nooit een baby baar en geen kind
groot breng. En meestal heb ik daar vrede mee. Ons leven
is prachtig, we kunnen doen en laten wat we willen, we
hebben het hartstikke goed samen! Maar toch, heel soms,
knaagt er iets van binnen. Een ja-maar gevoel. Een
wat-nou-als gedachte. Zeker nu het in onze omgeving
wemelt van de dikke buiken en dito praat. Tegen beter
weten in lijk ik een beetje besmet geraakt met het
babyvirus. En we weten allemaal dat er tegen virussen
geen andere remedie is dan geduldig wachten tot het
vanzelf weer overgaat. Maar ondertussen doet het best
een beetje pijn.
Baby talk
2 maart 2007
De geboortegolf in onze vrienden- en kennissenkring
begint nu letterlijk handjes en voetjes te krijgen.
Vorige week aanschouwde Noëlle via het geijkte
geboortekanaal het levenslicht. Deze week is Romy per
keizersnede ter wereld gekomen. 2 Keer een meisje,
terwijl ik 2 keer een jongen voorspelde. Een carrière
als waarzegster kan ik dus ook wel op mijn buik
schrijven.
Voorts ligt zwangere vriendin nummer 3 momenteel in het
ziekenhuis. Ze hield al 5 dagen lang nog geen kopje thee
binnen en is afgelopen dinsdag met
uitdrogingsverschijnselen op de kraamafdeling opgenomen.
Zij en het 25 weken oude kindje in haar buik hadden even
een oppepper nodig. Met de nodige rust en medicijnen
gaat het nu gelukkig alweer een heel stuk beter. Maar
het blijft schrikken!
Maar het meest moet ik denken aan baby Otto. En aan zijn
trotse papa en mama. Het is zo verdrietig. Kata had nu
van een onbezorgd zwangerschapsverlof moeten genieten.
Met een hele bolle buik de laatste loodjes uitzitten.
Reikhalzend uitkijkend naar het jongetje dat ze
binnenkort in haar armen zou sluiten. Lieve kleine
onvergetelijke Otto...
Toch wel een beetje tot mijn eigen verrassing, gaat al
dat babynieuws ons ook niet in de koude kleren zitten.
De meeste tijd is het thema 'kinderwens' een slapende
factor in onze relatie. Aanwezig, bekend en veilig op de
achtergrond. Het onderwerp ligt behoorlijk gevoelig en
heeft ons in de afgelopen 4 jaren al verschillende
avonden een aanslag op onze tissuevoorraad gekost. Als
CF geen rol speelde, weet ik niet of ik wel of niet aan
kinderen zou beginnen. Maar dan had ik in ieder geval
een keuze gehad. En was het aan mij en mijn lief waar we
ons het gelukkigst bij zouden voelen. Maar CF speelt in
dit geval jammerlijk de hoofdrol. En het is die stomme
CF die al min of meer voor ons heeft bepaald, dat
nageslacht van ons tweetjes er naar alle
waarschijnlijkheid niet in zit. En tussen al dat - in de
meeste gevallen - prachtige babygeluk door, doet dat af
en toe best een beetje pijn.
Gelukkig is ons wolkendek 6 van de 7 dagen vrolijk roze
gekleurd. En die ene dag, waarop zo'n sombere grijze
donderwolk al het roze dreigt te overstemmen, pakken we
er gewoon weer een doos tissues bij. En laten we al het
grijs eruit regenen, totdat ons wolkendek weer mooi roze
ziet. We weten dat we samen de hele wereld aankunnen.
Geen berg te hoog, geen zee te diep. We've got each
other and that's a lot for love.
|