www.cfenkinderen.nl

www.cfenkinderen.nl                  
______________________________________________________________                  

ervaringen van mensen met Cystic Fibrosis rond          
vruchtbaarheid, wel of geen kinderen krijgen en ouderschap
           


 

home

medische informatie


boekje NCFS


literatuur

links

contact

 


webontwerp
Jan van der Heijden

webbeheer

Elly van Es
Kata Ottovay

LEEF en GENIET Roosmarijn
mei 2006


Leef en geniet RoosmarijnIk ben Jacqueline (36 jaar). Mijn partner Dick heeft CF. In 1991 werden zijn longen getransplanteerd. Ik leerde hem kennen in 1995. Hij was een bruisende brok energie en ik wist het al heel snel zeker: van deze man houd ik…
Ik was door mijn studie psychologie niet helemaal onbekend met ‘het fenomeen CF”. Ik wist dat het een progressieve aandoening was en ook dat er sprake was van steriliteit.
Maar ben nou eerlijk; als je helemaal in love bent, denk je niet…..goh ..zal ik met die man wel kindjes krijgen en oud worden. Nee, het is gewoon de leukste en meest sexy man van de wereld en daar kan niets en niemand wat tegenin brengen.

In 1996 gingen we samenwonen en genoten van het actieve leven. We fietsten en wandelden heel Nederland rond en maakten een prachtige fietstocht in Ierland.

Onze kinderwens ontstond bij weer een belangrijke levensgebeurtenis. In 1998 werd namelijk een nier bij Dick getransplanteerd (a.g.v bijwerking van cyclosporine). De relativiteit van het leven en de kwaliteit ervan was nogmaals op de kaart gezet.
Bij mij ontstond een groeiend besef dat ik eigenlijk dolgraag een soort van “Garantie” van Dick zou willen…nageslacht dus..waarin hij toch altijd voort zou blijven leven. Wat is er egoïstischer dan deze gedachte. Niets geen moedergevoelens en kind-idealen…. gewoon…eigen belang…bah
Ben ik dan echt zo’n egoïst? Nou het valt denk ik wel mee. Uiteindelijk vind ik iedere kinderwens een vorm van egoïsme in zich hebben.

Dick was ontvankelijk voor mijn groeiend verlangen. Wat best opvallend was omdat hij altijd beweerd had dat het vaderschap voor hem niet hoefde. Hij was er ook nooit mee bezig geweest, ervan uitgaande dat het geen haalbare kaart was.
In 1999 vernamen wij voor de eerste keer dat een kinderwens en CF tot de mogelijkheden kon behoren. Dick speurde de literatuur na en zo kwamen we uiteindelijk begin 2000 in Nijmegen terecht. Ik was nog net geen dertig, maar me ineens fel bewust van de biologische klok. Waarachtig, ik had echt “moeder-gevoelens”. Een baby was niet langer, even oneerbiedig gezegd, een soort van garantie-certificaat maar een kleine individuutje, mooi om van te houden, mee te spelen, een band mee te krijgen en te zien opgroeien!

In Nijmegen waren de gynaecologen net gestart met een wetenschappelijk onderzoek naar resultaten en gevolgen van ICSI/PESA (zaad verkregen door prikken in de bijbal). Wij wilden graag aan dit onderzoek meedoen en kwamen zo in contact met mw. Braat.
Dick had zelf enige twijfels bij de slagingskans van PESA. Zijn leeftijd (41) en zijn medische voorgeschiedenis waren wat hem betreft belangrijke factoren waarom er geen levend
zaad gevonden zou kunnen worden. Hij hield rekening met de conclusie dat alleen TESE voor ons een optie zou kunnen zijn. Maar dan moesten we meteen naar het buitenland en daar voelden we in eerste instantie toch niet zoveel voor. Met de instelling (letterlijk en figuurlijk) “niet geschoten is altijd mis” richtten we ons op Nijmegen

Mw. Braat was na onderzoek van de edele delen van Dick hoopvol en stelde een PESA voor. Het doel was nu om zaad te verkrijgen dat ingevroren kon worden en later weer ontdooid (op het moment dat er bij mij eicellen gekweekt zouden zijn).
Dick werd geprikt en tijdens die punctie werd er zaad aangetroffen! Verbazing en hoop alom. Jammer genoeg bleken de zaadcellen zich zo weinig te bewegen dat ze invriezen niet zouden overleven. Daarom werd toen besloten om de PESA acuut te verrichten op het moment van de eicel-punctie.

Enige maanden later startte voor mij de IVF procedure. Ik heb deze procedure niet als vervelend ervaren. Het was wel vreemd om mezelf te prikken, maar het was voor een goed doel. We waren hoopvol. De wetenschap dat er zaad bij Dick was aangetroffen werkte bevrijdend. We durfden nu echt te hopen op een zwangerschap.
Het moment van de eicelpunctie was daar en er werden 13 mooie eitjes geoogst. De punctie op zich was geen pretje maar viel me toch nog mee. Ik was trots op mezelf dat ik niet kreunend en steunend door de gangen van het ziekenhuis liep, zoals ik sommige anderen wel zag doen. “Ik moet er wat voor over hebben”, was mijn motto.
Na een uurtje werd er bij Dick weer in de bijbal geprikt. Een erg spannend moment. Ik zie mezelf daar nog steeds naast Dick zitten. Keer op keer werd er in zijn bijbal geprikt door een uroloog. Een mevrouw legde ieder weefsel onder haar microscoop. Aanvankelijk was ze was vol optimisme; “meneer en mevrouw, het gebeurd haast nooit dat we niets vinden”. Gek maar daar houd ik me dan toch ongelooflijk aan vast. De mevrouw werd steeds zenuwachtiger want hoe vaak er ook geprikt werd er werd geen zaad aangetroffen. Ik had medelijden met Dick. Hij vertrok geen spier, maar het was wel behoorlijk pijnlijk. Emotioneel gezien raakte ik verdoofd, alsof het een film was waarvan ik het einde al gezien had.
Verslagen liepen Dick en ik door de gangen. Een klein sprankje hoop was nog dat bij een spoeling van de weefselstukjes toch nog een zaadcel gevonden zou worden.
Na anderhalf uur kwam het slecht nieuws gesprek: Meneer en mevrouw, we hebben slecht nieuws. Er is geen zaad gevonden. Wij kunnen niets meer voor u betekenen.
Een slecht nieuws gesprek is altijd verschrikkelijk, maar de wijze waarop het nieuws gebracht wordt, kan de scherpste pijn wegnemen. Naar mijn mening had deze dokter zijn cursus ‘slechtnieuwsgesprek’ iets te letterlijk opgepakt namelijk…er niet omheen draaien en zeggen waarop het staat… Niets geen meelevend woord of meedenkende gedachte. Op mijn vraag wat er nu met mijn eicellen gebeurde, antwoordde hij doodleuk…”die belanden bij het medisch restafval”. Mijn verbeeldingskracht ging met me aan de loop. Ik zag al kwetsbare baby’s in wording tussen afgezaagde armen en benen liggen.
Het heeft een tijd geduurd voordat de pijn van het op deze manier mislukken van de poging verdween.

Dick startte het onderzoek naar de mogelijkheden van TESE. Het feit was er dat er wel zaadcellen waren geweest. Dus het was naar onze mening niet onwaarschijnlijk dat er in de bal zelf wel iets te vinden zou moeten zijn.
We kwamen in Arnhem terecht bij dr. Schmoutziger. Een hele menselijke man. Hij gaf ons de indruk dat iedere poging die zou slagen voelde alsof hij zelf weer vader werd.
Bij Dick werd er dit keer onder narcose een stukje van zijn testis weggenomen. Deze operatie vond plaats in Arnhem. Vervolgens werd het weefsel naar Düsseldorf (Dld) gebracht alwaar het onderzocht werd en ingevroren. De uitslag was wederom positief. Er werd zaad aangetroffen dat ingevroren kon worden. Dick heeft als gevolg van de operatie nog weken rondgelopen met pijnlijke edele delen. Op een moment was de zwelling zo erg dat we even vreesden voor afsterven van de testis. Beslist geen leuke gedachte.
Ik startte wederom met een IVF procedure. Ik was blij dat ik de procedure in Nijmegen eerder had doorlopen, want in Arnhem vond ik de uitleg en begeleiding van mindere kwaliteit. Ik begon de kuur op een berg in Schotland, waar we op dat moment ‘the west highland way’ liepen. Al die tijd waren we namelijk niet vergeten dat er ook een mooi leven naast zwanger willen worden is.
Deze IVF procedure leverde slechts 5 eicellen op. Ik was geschokt. Ik had al die tijd gedacht dat ik vruchtbaar genoeg was en nu waren er maar 5 gevonden! Ik zag onze kansen op een embryo met meer dan de helft afnemen.
Op zich was het wel raar. De IVF-procedure en de punctie gebeurde in Arnhem, maar met een buisje eicellen op mijn buik reisden we naar Duitsland. In alle zenuwen was ik mijn paspoort vergeten en raakten we ook nog de weg kwijt. Wat een toestand.
In een soort van zakengebouw was de kliniek gevestigd. We konden de eicellen inleveren en kregen een gesprek met een Nederlandse arts aldaar. Het wachten was nu op de bevruchting van de eicellen.
De volgende dag ging de telefoon. Slecht nieuws: er waren geen embryo’s ontstaan. Ze zijn elkaar in de armen gevallen en hebben samen gehuild. Voor Dick was het verdriet tweeledig. Een factor was dat de hoop op vaderschap de grond in leek te zijn geboord. De tweede factor was dat hij mij geen kind kon geven, waar ik zo vurig op hoopte.
De tijd daarna was wel moeilijk. De realiteit dat ik nooit moeder zou worden drong zich bij me op. Geen kindje wat we zouden zien opgroeien. Wel confrontaties met anderen. Anderen die soms net iets te vaak zeggen dat kinderen niet zalig makend zijn en dat ze bij een heroverweging niet zeker zouden weten of ze weer voor kinderen zouden kiezen. Opmerkingen waar we dan boos om konden worden.

Na ongeveer een half jaar raapten we onze moed weer bij elkaar. We zouden voor een laatste poging gaan. Ik volgde de procedure in Arhem weer. De dag voor de punctie moest ik een middel nemen dat de eisprong in werking zou zetten. Het bleek dat ik een verkeerde set met naaldjes had. Ik kwam daar achter toen ik tijdens een cursus op het Leidseplein in Amsterdam op een wc stond, de spuitjes in de aanslag voor mijn buik en blauwe verlichting boven mijn hoofd. Hoe ironisch. Gelukkig is het nog allemaal goed gekomen
Dit keer werden er weer 5 eitjes aangetroffen. Een buisje met testisweefsel van Dick werd ontdooid. We hadden het geluk dat er in de kliniek iemand was komen werken die een nieuwe techniek geïntroduceerd had. Door middel van kleuring van de zaadcellen kon hij zien welke zaadcellen nog leefden. Dit was voor ons een belangrijke methode omdat bij de vorige keer was gezegd dat ze bij het injecteren van de zaadcel in de eicel niet gezegd kon worden of het een levende zaadcel betrof.
Er volgde weer spannende dagen. De telefoon ging. Fantastisch nieuws. Er hadden zich 4 goede embryo’s gevormd. We dansten van vreugde en opwinding
Een paar dagen later vond de terugplaatsing plaats. Een vreemde manier om zwanger te worden. Weinig romantisch of sexy aan. We hebben het moment beiden wel heel bewust beleefd. Na de terugplaatsing wilde ik vrijsnel opstaan. Weg met mijn benen uit die beugels en uit die weinig charmante en beschamende positie..’mevrouw niet doen”, riep de zuster nog. Ik zat in de rats. Ik dacht dat ik het nu toch nog had verprutst met deze domme actie.

Eenmaal thuis begint dan de spannende tijd. Ik merkte dat ik heel alert was op alle signalen van mijn lijf. Er waren vele momenten dat ik dacht dat ik niet zwanger was. Na 14 dagen was ik niet ongesteld geworden. Ik mocht een test doen. Ik had er eentje gekocht bij de drogist. Ik was bloednerveus en Dick erbij. ’s-Avonds zouden we de test doen. Van de zenuwen moest ik wel 10 keer plassen. De test was dubieus. Meer niet dan wel. We waren teleurgesteld en hielden rekening met een mislukte poging.
YES, ik was zwangerDe volgende dag kocht ik drie nieuwe testen bij de drogist (mij zullen ze niet hebben). Een kleine week later zaten we op de bank net na het diner. Dick hakte de knoop door.. en nou doen we nog een keer die test… Tussen de vette pannen en borden hebben we het stickje in een potje urine gehouden. En heel overtuigend werden er twee steepjes roze. YES, ik was zwanger. Een heel onwerkelijk gevoel kwam over ons. In grote opwinding heb ik de telefoon gepakt en mijn moeder gebeld. Niets geen ingepakte foto’s van de eerste echo in kado vorm. Gewoon de hevige emotie en opwinding delen met mijn lieve eigen moeder. Was die ook even blij.
Dan blijft het spannend. Blijf alles goed gaan? Na 5 weken kregen we een eerste echo. Was er een hartslag en zo ja waren het dan een of twee kindjes. Volgens mijn vader zouden het er nu wel twee zijn, maar hij had ongelijk. Er was één prima kloppend hartje waar te nemen. We waren dolblij en een beetje in een roes.
Al die tijd had ik nooit op reguliere zwangerschapssites gekeken. Nu begon ik dat wel te doen. Tot mijn schrik zag ik dat het eten van rood vlees afgeraden werd. Laat mijn ontbijt nu altijd bestaan uit twee crackers met filet american. Ik heb me daar nog weken druk over gemaakt. De eerste 14 weken vond ik heel spannend. Er kwamen gedachten bij me op dat het kindje misschien niet gezond zou zijn en dat we daar dan zelf schuld van waren. Wie begint er dan ook aan zo’n tegennatuurlijk proces in het buitenland omdat het in Nederland volgens de medische ethiek niet toegestaan is. Wat als het kindje met een handicap geboren wordt en het met Dick zijn gezondheid slechter gaat etc etc. Vragen die ik de voorafgaande periode slechts hypothetisch tot me toegelaten had. De praktijk was toen een wens verwezenlijken om een kindje te krijgen. Daarna kwamen pas de bezorgde vragen in volle omvang op me af.

Mijn zwangerschap verliep voorspoedig. Bij twintig weken liepen Dick en ik nog fikse wandelingen in Noorwegen. “Boontje” (de vorm van het embryo in de baarmoeder) droeg ik lekker bij me. Kort daarna bleek ook dat de baby een meisje zou worden. Ik moet eerlijk zeggen dat ik even moest slikken. Hoewel ik een meisje misschien wel leuker vond dan een jongen, werd ik ook weer herinnerd aan mijn eerste gevoel waar ik dit verhaal mee begon; ‘een soort kleine Dick’. In mijn idee was deze baby een jongen, een kleine Dick. De schok was kort. We hadden een naam voor ons meisje en dat gaf meteen een band. Zowel het geslacht als de naam hebben we tijdens de zwangerschap voor ons zelf gehouden.

4 december 2003. Een dag na de uitgerekende datum werd ons meisje geboren. De bevalling was stevig en meteen een aanslag op Dick zijn uithoudingsvermogen. Een nacht niet slapen is niet echt bevorderlijk voor zijn gezondheid. Blij met zijn dochter, maar met de eerlijke uitspraak dat hij haar niet mooi vond (na een vacuümextractie) lichtte hij vol trots onze ouders in.
Ik heb het als een groot wonder ervaren om zo’n klein meiske voor het eerst in mijn armen te mogen sluiten. Ik vond het ook ontroerend om Dick voor het eerst met Roosmarijn in zijn armen te zien. En ouders die opa en oma worden is ook bijzonder.

De eerst dagen vader en moeder zijn is mooi en even wennen. Dick was druk in de weer en had gelukkig nog twee weken vakantie. Roosmarijn was een levendig kind, dat slapen een noodzakelijk kwaad leek te vinden. Een leuk maar wellicht relevant detail is dat ze zich steeds rot schrok als Dick moest hoesten.
Ons ritme veranderde kompleet. Voorheen gingen we rond 23.30 uur slapen, maar nu sliepen we pas om 1.30 uur. In de nacht had Roosmarijn nog een voeding. Omdat ik borstvoeding gaf, kon Dick gelukkig toch enigszins doorslapen.
Gaandeweg kwamen we weer in een gezonder ritme. Dick meldde tussen neus en lippen door wel meer vermoeidheid. Tijd voor zichzelf moest hij nu meer inbouwen.
Toen Roosmarijn 11 weken oud was gebeurde waar ik bang voor was. Haar leverfunctie bleek ernstig gestoord te zijn. Ons leven stond op zijn kop. Ik zie Dick zijn gezicht nog op het moment dat hij de uitslagen hoorde. Vrees en bezorgdheid was ervan af te lezen. Zo’n klein wezentje is al snel het meest kostbare in je leven en daar mag niets mee gebeuren. Het zag er even slecht uit. Weer zaten we in Nijmegen. Nu bij de kinderarts, die gespecialiseerd was in leverproblematiek. Roosmarijntje in een scan en bij het lab om bloed te laten prikken. Ze werd getest op allerlei aandoeningen, waaronder ook CF. We schrokken omdat we dachten dat we door het uitsluiten van mijn dragerschap nooit een kindje zouden kunnen krijgen met CF. Echter er schijnen allerlei zeldzame mutaties nog te zijn, die niet getest worden in het DNA onderzoek bij CF-screening. Gelukkig bleek dat ze slechts een CF-gen bezat en dus alleen drager was. Dick wist meteen dat ze in Duitsland het goede embryo hadden gebruikt, want Roosmarijn is drager van een van zijn zeldzame CF-genen.
Ons meisje ziek zien was al vreselijk. Maar dan komt daar nog de gedachte bij, dat er straks mogelijk twee patiënten in het gezin zijn en hoe gaan we dat bolwerken.

Binnen een paar maanden was ze Hollands welvarenOok nu bleken de goden ons weer gunstig gezind. De infectie in de lever klaarde op. Binnen een paar maanden was ze Hollands welvaren en dat is ze al die tijd tot nu toe gebleven.

Het is een vrolijk levenslustig en bijdehand dametje waar we intens van genieten. Natuurlijk hebben wij ook behangplak momenten, daar ben ik eerlijk in.

Voor Dick is ons kleine meisje wel een aanslag op zijn conditie. Hij kan niet langer zelf bepalen hoe hij zijn energie verdeelt en weer opbouwt. Een klein meisje vraagt om zijn aandacht en tijd. De combinatie met 60 procent werken is pittig. Zelf werk ik 28 uur. Roosmarijn is 2 dagen op het kinderdag verblijf en 1 dag bij mijn ouders. Op woensdag zorg ik voor haar en Dick op vrijdag.
Vanwege een slecht functionerende hartklep ging de conditie van Dick het laatste jaar hard achteruit. Zorgen voor Roosmarijntje was soms echt teveel. Ik nam veel van de zorg voor ons meisje over. Hierdoor trok ze meer naar mij dan naar Dick.



In maart van dit jaar kreeg Dick een nieuwe hartklep en een pacemaker. Er zijn heel wat momenten geweest waarop ik naar Roosmarijn gekeken heb en me afvroeg; “heb jij over een paar dagen nog wel een papa”. Die vraag doet pijn. We gunnen haar een fijne jeugd met twee liefhebbende ouders maar we hebben niet de luxe om argeloos te denken dat dat zo zal zijn. Die waarheid dringt zich soms bikkelhard aan ons op. Wat als zijn longen er nog eens mee ophouden?
Roosmarijn krijgt hoe klein ze ook is, onze zorgen mee. Dat zit in kleine dingen. Ze huilt als papa niet mee mag uit het ziekenhuis. Thuis moeten er drie bordjes op tafel staan als hij in het ziekenhuis ligt, anders gaat ze niet aan tafel. In het ziekenhuis, kruipt ze tegen papa aan en stuurt iedereen weg. Zij blijft bij haar papa. Mooie maar ook pijnlijke momenten

In het ziekenhuis, kruipt ze tegen papa aan en stuurt iedereen weg. Zij blijft bij haar papa.Iemand zei ooit tegen mij; “Wat doe je een kind aan met een vader met zo’n onzekere gezondheid” Ik was kwaad toen die persoon dat tegen me zei en verweerde me met; “ons kindje zal in ieder geval weten dat er door haar ouders enorm van haar gehouden wordt, dat alleen is al een mooie levensstart” Nu stel ik me die vraag ook wel eens op momenten dat Dick door een gezondheidsdal gaat en zijn leven aan een zijden draadje hangt. Ik weet niet precies of en wat wij haar aandoen. Een ding weet ik wel zeker. Ze is kostbaar, en we zouden haar nooit willen missen, wat we ook meemaken in ons leven.

Inmiddels krabbelt Dick voor de zoveelste keer in zijn leven weer op. Ik hoop dat Roosmarijn zijn levenskracht en moed heeft geërfd. Want dat heb je als CF-er wel nodig.
Momenteel voelt hij zich energieker en kan weer meer ondernemen met Roosmarijn. Zij vindt het heerlijk. Papa moet haar uit bed halen en papa moet overal mee naar toe. Mama ziet ze even niet meer staan. Gevoelens van jaloezie bekruipen me zo nu en dan. Ik tel ineens niet meer mee. Niet alleen maar leuk om zo aan de kant toe te moeten kijken hoe zij samen genieten. Ik kan me voorstellen hoe Dick zich lange tijd heeft gevoeld.

Nu ik voel dat Dick energieker wordt, komt er regelmatig een gedachte bij me boven; ik wil nog een kind van Dick. Hoe ongelooflijk (on-)voorstelbaar………..

---------------------------------------------------------------------------

Eerder schreef Dick al een verhaal over de geboorte van Roosmarijn in de Newsletter van Cystic Fibrosis Worldwide. Om dit artikel te lezen in: klik hier


 

         
 

Disclaimer: 
De verantwoordelijkheid voor de inhoud van websites en verhalen berust bij de betrokkenen zelf. De webbeheerders zijn niet verantwoordelijk voor de juistheid van (medische) informatie.